Enkele noties van het faillissementsrecht

De faillissementsvoorwaarden

De handelaar of de handelsvennootschap die op duurzame wijze in de onmogelijkheid verkeert om aan zijn of haar financiële verplichtingen te voldoen, heeft de plicht om binnen de maand bij de Rechtbank van Koophandel waar zijn hoofdvestiging of maatschappelijke zetel gevestigd is, aangifte te doen dat hij of zij in staking van betaling is en bijgevolg het faillissement aanvraagt.

Laat hij dit na, dan kan hij door de Procureur des Konings en door elk van zijn schuldeisers tot faillietverklaring gedagvaard worden. In de regel kunt U als schuldeiser veilig tot faillietverklaring dagvaarden wanneer U vaststelt dat Uw schuldvordering niet meer normaal inbaar is, ook niet via beslag.

De Rechtbank van Koophandel spreekt dan het faillissement uit, bepaalt vanaf welke datum de betrokkene ‘in staking van betaling’ is en stelt een curator en een rechter-commissaris aan.

 

Het faillissement

Het faillissement is een gedwongen collectieve vereffening van het vermogen van de failliete handelaar of handelsvennootschap. ‘Collectief’ betekent hier: in het belang van alle schuldeisers van de betrokkene.

Verder is deze vereffening ‘gedwongen’: de gefailleerde verliest zelf de bevoegdheid om nog beslissingen met betrekking tot zijn of haar vermogen te nemen (= de buitenbezitstelling) en aan het hoofd van het buiten bezit gestelde vermogen komt de curator te staan, die als opdracht heeft om het geheel van de activa van de gefailleerde, aan de best mogelijke voorwaarden, te gelde te maken en onder de schuldeisers te verdelen.

De curator kan daarbij niet eigenmachtig handelen. De tegeldemaking van de activa geschiedt met inachtneming van de wettelijk bepaalde procedures, onder controle van de rechter-commissaris en van de Rechtbank van Koophandel.

Ook de verdeling van de te gelde gemaakte activa onder de schuldeisers ligt wettelijk vast. Zij gebeurt met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel: alle schuldeisers delen in gelijke mate, naar verhouding tot het bedrag van hun schuldvordering, in het te gelde gemaakt actief, tenzij zij aanspraak kunnen maken op een hypotheek of een in de wet omschreven voorrecht.

 

De curator

De curator heeft tot opdracht om alle roerende en onroerende goederen van de gefailleerde te gelde te maken en alle inbare schuldvorderingen (klantentegoeden, volstorting van het maatschappelijk kapitaal door de aandeelhouders, aanzuivering van de rekening-courant van de zaakvoerders of bestuurders, …) in te vorderen. Hij is bevoegd om, zo nodig, aansprakelijkheidsvorderingen tegen de zaakvoerders of bestuurders in te stellen.

Hij beschikt verder over een bijzondere bevoegdheid die het faillissement onderscheidt van andere vormen van vereffening: wanneer daar aanleiding toe is, kan hij de datum van staking van betaling, bepaald in het vonnis van faillietverklaring, laten vervroegen en aldus de verdachte periode laten uitbreiden tot in principe maximum zes maanden voor de faillietverklaring. Dit laat hem toe om alle transacties die in de verdachte periode verricht werden, onder de loep te nemen en, wanneer deze nadelig zijn voor het buiten bezit gestelde vermogen (bijvoorbeeld: de verkoop van goederen ver onder de normale prijs, het bevoordelen van sommige schuldeisers boven andere), kan hij voor de Rechtbank van Koophandel een vordering instellen om deze transacties te laten terugdraaien.

Wat de passiva betreft, heeft de curator tot taak alle gekende schuldeisers aan te schrijven en hen te vragen hun schuldvordering in te dienen. Hij heeft verder tot taak de ingediende schuldvorderingen na te zien, zowel wat het bedrag als de ingeroepen voorrechten betreft, en deze zo nodig te betwisten en voor de Rechtbank te brengen.

 

De sluiting van het faillissement

Wanneer alle realiseerbare activa te gelde gemaakt werden en alle betwistingen opgelost zijn, roept de curator alle aanvaarde schuldeisers samen en legt hij hen zijn voorstel tot verdeling van de activa onder de schuldeisers voor. Na de goedkeuring van de rekeningen en het voorstel tot verdeling gaat hij over tot de uitbetaling van de beschikbare gelden en verzoekt hij de Rechtbank tot de sluiting van het faillissement over te gaan.

Naargelang de gefailleerde door de Rechtbank al dan niet verschoonbaar verklaard wordt, kunnen zijn schuldeisers hem na de sluiting van het faillissement niet langer of integendeel opnieuw vervolgen tot betaling van de overblijvende schulden: de gefailleerde die verschoonbaar verklaard is, krijgt dus de mogelijkheid om met een propere lei te herbeginnen. Een gefailleerde vennootschap kan niet verschoonbaar verklaard worden: de sluiting van het faillissement stelt een einde aan zijn bestaan.

 

De faillissementen die door ons kantoor behandeld worden

Op deze site vindt U, voor de faillissementen waar ons kantoor als curator aangesteld werd:

de algemene en publiek beschikbare informatie, gegroepeerd in vier onderdelen


Voor elke schuldeiser: individuele inlichtingen


Voor elke geïnteresseerde: het luik ‘te koop uit faillissement’